Batterijverzorging

Batterij levensduur indicator

Het symbool voor de batterijstatus wordt continu weergegeven in de rechter bovenhoek van het display. Naarmate de batterij leger wordt, gaan steeds meer segmenten uit tot alleen het kader van het batterijsymbool overblijft.

Elk segment van de indicator vertegenwoordigt ca. 25% van het batterijvermogen.

Batterijwaarschuwing

WAARSCHUWING! 

Als een batterijwaarschuwing wordt geactiveerd terwijl het instrument wordt gebruikt, moet u de zone onmiddellijk verlaten, omdat het einde van de levensduur van de batterij nadert.

Het niet opvolgen van deze waarschuwing kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel of de dood.

De nominale gebruiksduur van het instrument bij kamertemperatuur is 20 uur met de standaard achtergrondverlichting. De gebruiksduur van het instrument bij -20 °C/-4 °F zal ca. 7 uur zijn.

De werkelijke gebruiksduur varieert afhankelijk van de omgevingstemperatuur en de instellingen van het toestel, zoals de alarmcondities, of Bluetooth is ingeschakeld (indien aanwezig) en van de instellingen van de achtergrondverlichting, zoals "altijd aan."

De alarmniveaus voor de afzonderlijke gassen zijn in de fabriek ingesteld en kunnen via het instelmenu van het instrument worden gewijzigd.

Een waarschuwing Laag batterijniveau geeft aan dat het batterijvermogen nog voldoende is voor max. 30 minuten voordat de batterij volledig ontladen is.

De resterende gebruiksduur van het instrument bij een waarschuwing voor Laag batterijniveau is afhankelijk van omgevingstemperaturen.

Als de waarschuwing Laag batterijniveau op het instrument verschijnt:

knippert de batterij-indicator
klinkt er een alarm
de alarmleds knipperen
op het scherm verschijnt "LOW BATT" en
het instrument herhaalt deze waarschuwing om de 60 seconden totdat het instrument wordt uitgezet of uitgaat omdat de batterij helemaal verbruikt is.

Uitschakeling door lege batterij

WAARSCHUWING! 

Als het batterij-uitschakelingsalarm wordt geactiveerd, gebruik het instrument dan niet langer, omdat het niet meer voldoende stroom heeft om potentiële gevaren aan te geven, en personen die voor hun veiligheid op dit instrument vertrouwen, ernstig persoonlijk letsel kunnen oplopen of dodelijk kunnen verongelukken.

 

Het toestel gaat 60 seconden voor de uiteindelijke uitschakeling in de batterij-uitschakelmodus (als de batterijen het toestel niet meer kunnen besturen):

Op het scherm knippert "BATT ALARM" en
Er klinkt een alarm en de lampjes knipperen, het alarm kan niet worden uitgezet,
Er kunnen geen andere pagina's worden bekeken; na ongeveer één minuut schakelt het instrument automatisch uit.

Wanneer de batterij-uitschakeling plaatsvindt:

1. Verlaat het gebied onmiddellijk.
2. Laad de batterij op.

Opladen van de batterij

WAARSCHUWING! 

Explosiegevaar: laad het toestel niet op in een gevaarlijke zone.

Het niet opvolgen van deze waarschuwing kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel of de dood.

WAARSCHUWING! 

Het gebruik van een andere lader dan de bij het toestel geleverde lader kan de batterijen beschadigen of verkeerd opladen.
De oplader kan een volledig ontladen blok in minder dan vier uur opladen bij normale kamertemperatuuromstandigheden.

Het niet opvolgen van deze waarschuwingen kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel of de dood.

Laat zeer warme of koude toestellen gedurende één uur stabiliseren bij kamertemperatuur, voordat u deze probeert op te laden.

Het toestel opladen

Zorg ervoor dat de aansluiting van lader goed is ingestoken in de laadpoort op de achterzijde van het toestel.
Op het batterijsymbool gaat een toenemend aantal segmenten branden en de oplaadled blijft rood totdat 90 % van de batterij is opgeladen. Vervolgens brandt het volledige batterijsymbool en de oplaadled wordt groen terwijl de druppellading van de batterij doorgaat totdat deze volledig is opgeladen.
Als er tijdens het laden een probleem wordt gedetecteerd gaat het batterijsymbool knipperen en de oplaadled wordt oranje. Ontkoppel het instrument van de voedingsmodule en sluit weer aan op de voedingsmodule om de laadcyclus te resetten.
Wanneer het toestel langere tijd niet wordt gebruikt, mag de oplader aangesloten blijven op het toestel/batterijblok.
De minimum- en maximumomgevingstemperatuur om het toestel op te laden zijn resp. 10 °C (50 °F) en 35 °C (95 °F).
Voor het beste resultaat dient u het toestel op te laden bij een kamertemperatuur van 23 °C (73 °F).